Informatie voor verwijzers

 Informatie voor verwijzers

 Vanuit uw beroep heeft u soms of misschien wel regelmatig te maken met kinderen waarvan u denkt: “Het gaat niet zo goed met dit kind”.

Als leerkracht of intern begeleider op een basisschool zou u dit bijvoorbeeld kunnen merken aan:
● het feit dat de leerprestaties onvoldoende zijn of achteruit gaan;
● het gedrag van het kind in de klas of op het schoolplein opvalt en/of u zorgen baart.

Als leid(st)er op een buitenschoolse opvang zou u dit bijvoorbeeld kunnen merken aan:
● de manier waarop het kind (samen) speelt;
● hoe het contact verloopt tussen de ouder(s)/verzorger(s) en het kind;
● hoe het kind omgaat met andere kinderen;
● dingen die het kind vertelt over thuis, school e.d.

Als huisarts zult u het kind niet zo heel regelmatig zien, maar omdat u het gezin en het kind misschien al over een langere periode kent, bent u goed op de hoogte van de ontwikkeling van het kind en zult u aan verschillende dingen kunnen merken dat het niet zo goed gaat, zoals bijvoorbeeld:
● het kind slaapt, eet en/of groeit slecht;
● het kind heeft vaak last van hoofd- of buikpijn, zonder dat daar een aanwijsbare medische 
● oorzaak voor is;
● de ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat ze niet meer weten hoe met het kind om te gaan;
● u bent op de hoogte van traumatische gebeurtenissen die dit kind heeft meegemaakt.

Er zijn vast nog veel meer signalen die kinderen kunnen geven om duidelijk te maken dat het niet zo goed met ze gaat. Er zijn echter ook kinderen die lekker meedraaien, op school goed hun best doen en heel sociaal zijn, maar waarvan u weet dat ze een moeilijke periode doormaken omdat bijvoorbeeld: de ouders net zijn gescheiden, een familielid is overleden, een broertje of zusje ernstig ziek is (geweest), ze in het verleden iets ergs (traumatisch) hebben meegemaakt. Ook voor deze kinderen, met wie het heel goed lijkt te gaan, kan het belangrijk zijn om hulp te zoeken en het kind de gelegenheid te geven dingen te verwerken. Kinderen die iets niet hebben verwerkt kunnen hier in een later stadium, zoals in de puberteit of op volwassen leeftijd, alsnog last van krijgen.

Ook kinderen met bijvoorbeeld: ADHD, ADD, ODD of PDD-NOS kunnen baat hebben bij kinder- of jeugdtherapie. Niet om te “genezen” van hun stoornis, wel om met dingen te leren omgaan. Bovendien kunnen ook zij, naast hun stoornis, last hebben van andere problemen.

 

 

Share This